Hij is in Zaltbommel geboren, getogen en nooit echt weggeweest. Peter Smits kent de stad zoals je een stad alleen kent als je er je wortels hebt: de straten, de mensen, het ritme, de taal en wat er leeft. Zijn loopbaan in de gemeentepolitiek begon in 2001. Politiek kan je energie geven — en politiek kan je energie ook volledig opslorpen, tot er niets anders overblijft dan de deur achter je dichtrekken. Hij was erbij toen D66 Zaltbommel implodeerde, en hij is erbij nu de partij voor het eerst in haar geschiedenis deel uitmaakt van een coalitie.
Het waren overvolle maanden, zeker naast een drukke baan (Peter is manager Huisvesting bij ASVZ, een zorgorganisatie voor mensen met een verstandelijke beperking): eind vorig jaar verkiezingen om het lijsttrekkerschap, daarna campagnevoeren voor de gemeenteraadsverkiezingen, vervolgens coalitieonderhandelingen en ten slotte de eerste raadsvergaderingen als raadslid, het introductieprogramma voor raadsleden en de eerste fractievergaderingen als fractievoorzitter.
“Er is veel gebeurd en we hebben veel bereikt,” zegt Peter Smits. “Voor de zomervakantie was ik moe, maar vooral heel tevreden en trots. En het meest misschien wel op het feit dat ik als lijsttrekker in verhouding niet eens zo heel veel stemmen kreeg. De stemmen voor D66 Zaltbommel waren juist heel gelijkmatig verdeeld over de hele lijst. Dat zegt veel over het enthousiasme en de inzet van het hele team. De verdubbeling in zetels is een prestatie van ons allemaal. Deelname aan de coalitie was van begin af aan onze inzet, en ook dat hebben we sámen voor elkaar gekregen.”
Zaaltje boven ’t Stadscafé
Het team waar Peter het over heeft, ontstond min of meer organisch, vertelt hij. “Ik ben op een zeker moment – in de tijd dat ik lijsttrekker werd – gewoon alle leden in Zaltbommel gaan bellen en mailen. ‘Hoe sta je erin? Heb je zin om mee te doen?’ Niet iedereen reageerde, maar wie dat wél deed, meende het. Hieruit kwam een geïnteresseerde groep van twaalf tot veertien mensen voort. Met die actieve kern daarvan werkten we in sessies aan het verkiezingsprogramma, in een ruimte boven ’t Stadscafé.
Vanaf het begin bleek dat we qua standpunten en ideeën helemaal op één lijn zaten. Maar ook persoonlijk klikte het. De meesten van ons kenden elkaar niet of nauwelijks, maar de sfeer was direct heel goed. We hebben veel gediscussieerd, maar ook ontzettend veel gelachen en na afloop dronken we beneden aan de bar nog wat. Precies zoals ik het voor me zie als je je inzet voor de lokale politiek: het moet vooral ook leuk zijn. Je moet er energie van krijgen. Alleen dan hou je het vol en krijg je wat voor elkaar.”
In 2001 werd Peter lid van de PvdA. Hij meldde zich aan en werd meteen actief — in de steunfractie, 6-wekelijks stukken lezen, raadsvergaderingen volgen. Een goede manier om te leren hoe het eraan toegaat. “Of er een directe aanleiding was? Dat weet ik eigenlijk niet meer, ook niet wat er toen allemaal speelde in de lokale politiek. Wat ik wel meteen wist is dat ik geen ambitie had om door te groeien naar de provincie of de landelijke politiek.
Lokaal kun je echt iets betekenen voor de mensen om je heen, in je eigen stad of gemeente. Als je ziet wat de gemeente Zaltbommel in de afgelopen jaren allemaal heeft bereikt, bijvoorbeeld aan sportvoorzieningen, het zwembad, de komende nieuwbouw van de Poorterij: dat zijn heel concrete zaken waar mensen wat aan hebben. Dat is mooi. Het gaat in de lokale politiek minder om spelletjes en meer om gewoon dóen, kleine en grote stappen zetten.”
Om te integreren
Voor de PvdA in Zaltbommel werd hij raadslid. Maar op de dag dat hij werd geïnstalleerd wist hij al dat hij ging verhuizen, en niet bepaald in de buurt: Peter kreeg een baan bij de Rijksuniversiteit Groningen en ging met zijn gezin – er was inmiddels een dochter – die kant op. Daar zette hij zich opnieuw in voor de PvdA. “Om dezelfde redenen, maar stiekem ook om te integreren, mensen te leren kennen. Dan is de lokale politiek ook heel behulpzaam: je weet binnen de kortste keren wat er speelt in de omgeving én je komt gelijkgestemden tegen.”
Na vier jaar keerde Peter met zijn gezin terug naar Zaltbommel, tegen die tijd waren er twee dochters. Niet omdat hij dat per se wilde, maar omdat hij een baan kreeg in Tilburg. “Het was een mooie bijvangst. Ik ben in Zaltbommel geboren en getogen. Mijn wortels liggen hier, mijn familie woont hier, mijn netwerk bevindt zich hier. Hoe leuk ik het in Groningen ook heb gehad: het voelde toch als emigreren.” Terug in Bommel meldde hij zich niet opnieuw aan bij de PvdA. Pas een tijd later begon de lokale politiek weer te trekken, maar toen viel de keus op D66. “Dat was geen heel doordachte ideologische keuze – hoewel de democratische en liberale waarden mij goed liggen. Het waren vooral de mensen die de doorslag gaven om me bij D66 aan te sluiten. Ik had het gevoel dat zij dezelfde ideeën hadden als ik over wat goed was voor de gemeente. Het was een klein clubje, maar daardoor kreeg je juist heel snel verantwoordelijkheden. We hadden veel zin om met elkaar aan de slag te gaan.”
Geruzie
Maar die optimistische sfeer bleef niet lang hangen. Al snel ontstonden tal van meningsverschillen en conflicten. Die gingen over van alles, maar niet over wat D66 kon betekenen voor de inwoners van Zaltbommel. “Het was een tijd van veel geruzie,” zegt Peter. “Het draaide allemaal om machtsverhoudingen en ego’s.” Binnen de piepkleine afdeling ontstonden twee kampen. En dat vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen, waarvoor ik campagneleider was.”
Landelijk ging het D66 in die periode voor de wind. Alexander Pechtold had de partij na jaren van krimp weer op de kaart gezet, en lokale afdelingen in heel Nederland profiteerden van die hernieuwde zichtbaarheid. Behalve in Zaltbommel. “D66 won overal, maar wij verloren. We konden met moeite onze twee zetels behouden. Voor mij persoonlijk was het extra zuur, omdat ik op drie stond. Dus ging een plek in de raad aan mijn neus voorbij. Eens te meer werd duidelijk dat ruzie geen stemmen oplevert.”
De lol was eraf
Na de verkiezingen van 2014 splitste Frits van der Schans zich af en bleef er één zetel over, die werd bezet door Thom Ummels. Peter bleef betrokken, maar veel minder actief. “Deels uit teleurstelling, maar er speelden ook een hoop andere dingen in mijn leven, qua werk en privé. Ik maakte weinig tijd voor politiek. En toen we met de verkiezingen van 2018 ook nog die ene zetel dreigden te verliezen, was de lol eraf voor mij.” In 2019 zegde hij zijn lidmaatschap op. Vijf jaar liet hij de gemeentepolitiek links liggen.
In die vijf jaar veranderde de wereld en de politiek ingrijpend, zowel in Nederland als internationaal. Er brak een pandemie uit, Rusland viel Oekraïne binnen, de politiek verhardde zichtbaar — in Den Haag, maar ook in de rest van Europa en Amerika. In Nederland leidde dat tot een kabinetscrisis, een historische verkiezingsuitslag en een kabinet dat voor velen voelde als een breuk met waar Nederland voor stond.
Het was voor Peter de reden om zich opnieuw aan te melden als lid van D66 en toen vanuit Tom van Engelen en Joost Drijvers het verzoek kwam om weer actief te worden, besloot hij zich weer in te zetten als burgerraadslid. “Vanaf de zijlijn roepen hoe het moet is niks voor mij, ik wil wat doen. Dan moet je de raad in, mede daarom besloot ik me verkiesbaar te stellen als kandidaat-lijsttrekker. Ik had het gevoel mijn enthousiasme te kunnen overbrengen en een team samen te kunnen stellen waarmee we het verschil konden maken. Dus ik was blij dat ik de lijsttrekkersverkiezing won: ik mocht aan de slag!”
Iedereen mag meedoen
“Maar dan ben je lijsttrekker en dan heb je opeens ook de verantwoordelijkheid om er wat van te maken. Dat ik het niet alleen wilde doen, wist ik meteen. Het was heel fijn om te merken dat mensen zich graag wilden aansluiten en meedoen. Samen kwamen we tot een kandidatenlijst van achttien mensen en ik durf wel te zeggen dat het de meest diverse lijst van Zaltbommel was. Mannen, vrouwen, verschillende leeftijden, verschillende achtergronden, verschillende geaardheden. Die lijst weerspiegelt waar we voor staan: iedereen mag meedoen. Inclusiviteit vinden we allemaal heel belangrijk en dat heeft niks met links of woke te maken. Het is een teken van respect voor elkaar.”
Die grondhouding bleek ook bepalend tijdens de coalitieonderhandelingen. “Dat is ook de grondhouding waarmee we de coalitieonderhandelingen zijn ingegaan. Zelf had ik geen enkele ervaring in coalitieonderhandelingen, daarom heb ik Kees Metz gevraagd me bij te staan. Kees en ik zijn al ruim 35 jaar bevriend, ik vertrouw hem volledig en kon tijdens de onderhandelingen mooi op zijn enorme kennis en ervaring leunen. Dat heeft erg veel bijgedragen aan het formatieproces en het mooie resultaat voor D66.
Er was van andere partijen – vooral de partijen die niet meededen aan het formatieproces – verbazing en ook wel verontwaardiging over de combinatie SGP en D66: onze standpunten en ideeën zouden te ver uit elkaar liggen. Maar in alle eerlijkheid: we hoeven het in de gemeentepolitiek niet over levensbeëindiging of abortus te hebben, maar wel over hoe je in harmonie met elkaar samenleeft. En dan is respect voor elkaar de basis. SGP wilde niet tornen aan de huidige afspraken over de openingstijden op zondag, wij willen de regenboogvlag kunnen laten wapperen. Dat zijn voorbeeld van hoe we elkaar tegemoet zijn gekomen. Maar respect betekent ook dat wij geen regenboogbankjes voor de kerk in Nederhemert zullen willen plaatsen. Je wilt niet provoceren.”
Wethouder
D66 sleepte de portefeuilles financiën, onderwijs, kunst en cultuur, vluchtelingenopvang en de Poorterij uit de onderhandelingen. Precies de dossiers waar de partij zich de komende vier jaar mee wil bewijzen. Als wethouder voor al die portefeuilles trad Damaris Beems aan — ondernemer, oprichter van restaurant À la Damaris, dat ze voor deze stap verkocht. Geen politieke achtergrond, maar een scherp hoofd en de overtuiging dat ze iets kan betekenen voor Zaltbommel.
Het zomerreces was zeer welkom. Even geen vergaderingen, geen raadsstukken, geen coalitiebesprekingen. Voor iemand die de ruim 10 maanden van lijsttrekkersverkiezing naar campagne naar coalitieonderhandelingen naar zijn eerste raadsvergaderingen is gegaan, was dat geen overbodige luxe. “Ja, ik was toe aan even wat afstand. Even opladen. En inmiddels zijn we weer volle bak aan de slag. Heerlijk!”